Boek
Nederlands

De oogappel : roman

Luc Boudens (auteur)
+1
De oogappel : roman
×
De oogappel : roman De oogappel : roman

De oogappel : roman

Genre:
Een man uit Antwerpen die probeert als vertaler van gedichten de eindjes aan elkaar te knopen, doet weinig anders dan veel drinken en mijmeren over een brief aan de geliefde die hem ooit vanwege zijn drankzucht verliet.
Titel
De oogappel : roman
Auteur
Luc Boudens
Taal
Nederlands
Uitgever
Antwerpen: Uitgeverij Vrijdag, © 2021
159 p.
ISBN
9789460017940 (paperback)

Besprekingen

Vakmanschap verdrink je met mate

Luc Boudens schreef een onderhoudende sleutelroman over zijn vriendschap met Henri-Floris Jespers.

Bij elk nieuw boek van Luc Boudens (60) hoort een verwijzing naar de 'mooie jonge goden' van de gelijknamige verhalenbundel van 1986, waarin Tom Lanoye en ­Herman Brusselmans de toon van de nieuwe generatie zetten. ­Boudens was niet bij de uitverkorenen in dat boek, maar gratuit is de koppeling van zijn naam met die van zijn bekendere collega's niet; Boudens' schrijfstijl en levensvisie passen perfect in die context.

Boudens publiceerde vanaf 1988 gedichten, verhalen en romans, maar was in de jaren 90 al uitgeschreven. Hij is een eeuwige belofte geworden, hoewel zijn titels nog naklinken, Vrijdag visdag en Het zijn lange dagen, bijvoorbeeld. Een nieuw boek van hem is sowieso een (bescheiden) evenement.

Jarenlang was Boudens als beeldend kunstenaar actief, schrijven deed hij in de luwte. In 2014 was er plots Op eenzame hoogte, maar van de toen aangekondigde revival kwam weinig terecht. Nu is er De oogappel, een tranche de vie die in de lijn ligt van zijn oorspr…Lees verder

De oogappel

Eerste zin. ‘Een gat is een gat’, zei Tomtom en uit zijn zelfgenoegzame houding leidden we af dat hij vannacht niet meteen begaan was geweest met de staat van ons aller ozonlaag.

 

 

 

Fitou is een dertigjarige schrijver die ‘ziekenfondsliteratuur’ liever aan anderen overlaat en smacht naar ‘teksten met kloten’. Alleen vloeien de getestikuleerde zinnen de laatste tijd steeds moeizamer uit zijn pen. Zijn geliefde heeft hem de wacht aangezegd, waarna hij zijn verdriet is beginnen te verdrinken in sloten wijn en whisky en hij alleen nog maar artisjokharten eet. Niet meteen het beste recept om er weer bovenop te komen, vindt zijn vriend Leduc, bij wie Fitou is ingetrokken, waarna Leduc zichzelf een limonadeglas sterke drank inschenkt en bedenkt dat uiteindelijk toch niemand echt gered wil worden, wat zijn vier adellijke katten beamen.

Leduc is de kleinzoon van een bekende schilder in wiens riante, maar stilaan toch wat aftakelende herenwoning hij zijn dagen slijt met literaire en andere kunstzinnige bezigheden. Werken doen Leduc en Fitou niet en waar ze het geld vandaan halen om hun uitspattingen in peperdure restaurants t…Lees verder

Fitou is een Antwerpse man die probeert als vertaler van gedichten de eindjes aan elkaar te knopen. Héél hard spant hij zich echter niet in; de noodzaak daartoe ontbreekt omdat hij in huis woont bij de iets oudere en redelijk welgestelde Leduc. Die is nu bezig met het opzetten van een antiquariaat en hij probeert Fitou daarbij op sleeptouw te nemen. In de praktijk eindigen ze echter steeds in café's, waar Fitou zijn onverzadigbare dorst probeert te lessen. Zelfs een korte vakantie in Parijs eindigt elke avond in de kroeg. Zo is deze korte roman feitelijk een portret van een alcoholist die verder niets doet, behalve mijmeren over een brief aan de geliefde die hem ooit vanwege zijn drankzucht verliet. Het totale gebrek aan ontwikkeling of diepte kan voor de lezer echter al gauw een bron van verveling worden; de snedige dialogen en Fitou's aanstekelijke fatalisme vormen daarvoor niet voldoende compensatie. De auteur (1960) publiceerde eerder romans, verhalen en poëzie.